Bernard Mandeville M.D.
DOKTER, PSYCHIATER en onovertroffen DOORDENKER
Afzonderlijke werken

Aan ieder werk van Bernard Mandeville, opgenomen in chronologische lijst in de categorie 'Bibliografie', wordt hier aandacht besteed. De werken zijn in vijf rubrieken gegroepeerd; vier ervan op basis van pathologische thematiek. De vijf rubrieken zijn: Geneeskunde; Psychiater en individu; Psychiater en samenleving; Psychiater en sociale deelgebieden, en Diversen. 

 

 Geneeskunde (Medicine)

 Schooloratie 1685

 Natuurfilosofische disputatie 1689

 Medische dissertatie 1691

 Dokter Groenevelt en de Spaanse vlieg 1703

 De moderne Riverius 1706

 

Psychiater en individu (Psychiatrist and individual)

Verhandeling over hypochondrische en hysterische ziekten 1711/1730

Wensen voor een peetzoon 1712

Mensen spreken niet om begrepen te worden (De fabel van de bijen, dl. II) 1729

De oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid 1732

Een brief aan Dion, n.a.v. George Berkeley’s ‘Alciphron of de minne filosoof’ 1732

 

Psychiater en samenleving (Psychiatrist and society)

De pamflettisten, een satire 1703

Aesopus in ‘t pak, voorwoord 1704

De morrende korf, of Eerlijk geworden schurken 1705

De fabel van de bijen, De Opmerkingen 1714/1723/1724

Een rechtvaardiging van het boek 1723

De onheilen die van een Whig regering te vrezen zijn 1714

Vrije gedachten over godsdienst, kerk en volksgeluk 1720/1729

 

Psychiater en sociale deelgebieden (Psychiatrist and social sectors)

Schijnheylig atheist & Schijnheyl’ge Nievelt 1690

De menslievendheid van de planter 1703

De ontmaskerde maagd 1709

De dames Lucinda en Artesia, in The Female Tatler 1709/1710

Bescheiden verdediging van publieke bordelen 1724

Oorzaken van de vele terechtstellingen in Tyburn 1725

Brief over georganiseerde misdaad 1725

 

Diversen (Miscellaneous)

In Joannis van den Heuvel 1689

Aan sijn Koninklijke Majesteyt Willem de III 1691

Epitaphium Mariae II, Grafdicht van Maria II 1695

Typhon 1704

Een preek in Colchester 1708

Versoek-schrift en Dankzegginge voor ‘t Genotenen 1708