Bernard Mandeville M.D.
DOKTER, PSYCHIATER en onovertroffen DOORDENKER
Lugda, een genealogisch takje

Veeleer een zijden draadje

(N.B. Dit heeft niets met Mandeville te maken)

 

1. Lugda–van Hornum genaamd Schram

Bernardus Lugda, geboren omstreeks 1600, overleden omstreeks 1655. De naam die hij het eerst gebruikte, is Bernhardus Luyder of Luider (uitspraak: Lüder). De familienaam Lüder betekent: afkomstig uit het Duitse Lügde, in het Latijn Lugda, in Westfalen, Duitsland.

Zijn vader was waarschijnlijk Hans (Johann) Luyder uit Minden in Westfalen. Hij was een militair in het regiment van hopman Van Hania, van het leger van graaf Willem Lodewijk van Nassau, en trouwde op 11-07-1600 in Groningen met Anneke Feijckes.

Zijn grootvader was waarschijnlijk Bernhard Lüder uit Minden. Bernhardus Luderus, Mindensis, ook wel als Bernhard Ludaer of  Bern(h)ardus Ludaerus aangeduid, gold als een 'homo doctus', een geleerd man, en als een voortreffelijk Latijns dichter. Hij was in 1540 de eerste rector van de protestantse jongensschool (= Latijnse school) in Hameln. Van 1544 tot 1557 was hij predikant van de St. Mariakerk en/of St. Martinikerk in Minden. Hij werd daar in 1557 weggestuurd op verdenking van overspel en werd predikant van de St. Nicolaikerk in Höxter, de plaats waar hij geboren was. Hij slaagde erin de verdachtmaking te weerleggen. In Höxter, dat op een vijfentwintig kilometer van Lügde ligt, overleed hij in 1566. Een (andere) zoon van hem was Ernestus Luderus.

Bernard Lugda studeerde aan de Groningse universiteit. Hij stond daar op 26-05-1615 ingeschreven als Bernhardus Luydanus, Westphalus e ditione Paterbornensi. Als Bernhardus à Lugda (van/uit Lugda) promoveerde hij op 10-08-1624 in de geneeskunde. De universiteit schold hem in juli 1624 de promotiekosten kwijt, omdat hij al sinds de oprichting van de universiteit (1614) als student stond ingeschreven. Bernardus Lugda (ook à Lugda en Van Lugda) was de eerste Groningse promovendus die zich in de stad Groningen vestigde.

De titel van het proefschrift van Bernard Lugda is Disputatio inauguralis de hydrope, et quidem in specie de anasarca. Het gaat over ‘hydrops anasarca’, dat wil zeggen hydrops (waterophoping) in het onderhuidse bindweefsel, d.i. oedeem in engere zin. Promotor was prof. Nicolaus Mulerius (vgl. Djoeke van Netten, Nicolaus Mulerius (1564-1630). Een geleerde uit Groningen in de discussies van zijn tijd Groningen (2010), blz. 46.) Een exemplaar van het proefschrift van Lugda bevindt zich in de UB van Groningen.

 

In zijn proefschrift noemt Lugda helaas niet zijn ouders, maar wel een aantal andere personen. Uit hun namen valt af te leiden in welke kringen Lugda blijkbaar verkeerde.

Eerst noemt hij het hele bestuur van het landschap DrentheCaspar van Ewsum, heer van Nienoord en Vredewold, gouverneur van Groningen en ook landdrost van Drenthe;  de Drentse gedeputeerden Rudolf van Echten tot Echten; Johannes van Welvelde; Albert Hagewolt en Johannes Butinck; en de Drentse secretarissen Balthasar Lyphard en Hubertus Weinichman. 

Vervolgens vermeldt hij nog twee anderen, Achatius Jr Burggraaf van Dhona en Ortgies Schulte

Achatius van Dhona, of Dohna (1581-1647) is van hen de invloedrijkste. Hij is een topman van Frederik van de Palts, de zogenaamde Winterkoning, die vanaf 1620 in Den Haag hof hield. Zijn broer Christoph van Dhona is een zwager van stadhouder Frederik Hendrik, want hun echtgenotes zijn de zusters Ursula von Solms en Amalia von Solms.

Ortgies Schulte, een vriend van Bernard Lugda, is senior en thesaurarius (schatbewaarder) van de Lutherse domkerk St. Petri in Bremen.

Bernard Lugda trouwde met Elisabeth van Hornum genaamd Schram. Elizabeth stamt uit het geslacht van Gelderse landjonkers Van Hornum genaamd Schram uit Opper-Gelre (Butgen; Büttgen). Op het internet is informatie te vinden hoe dit geslacht verder in de tijd, tot 1380, teruggaat.

Een van de kinderen van het echtpaar Lugda-van Hornum genaamd Schram heette Johan Wilhelm Lugda (Jan Willem Lugda). Deze voornamen kunnen duiden op grootvaders die respectievelijk Johan (Luyder) en Willem van Hornum genaamd Schram heetten. Dan zou kunnen worden aangenomen dat Elizabeths vader Willem van Hornum genaamd Schram was, luitenant van de stadhouder Adolf van Nieuwenaar, graaf van Meurs (1545-1589) en in 1590 commandant van Zwartsluis. 

Maar is er een andere mogelijkheid. Willem van Hornum genaamd Schram had twee broers, Paul en Herman. De drie broers Van Hornum genaamd Schram trouwden in Arnhem met drie zusters Van Haeften. Paul (1561-1630, luitenant in het leger van prins Maurits) met Elizabeth, Herman met Adelheyd en Willem met Anna van Haeften. Hun ouders waren Willem van Hornum genaamd Schram (1519-1573), kapitein in het leger van Karel V, en Bela van Essen.

Het kan zijn dat niet Willem en Anna, maar Paul en Elizabeth de ouders van Elisabeth van Hornum genaamd Schram waren. Ten eerste omdat de naam Elisabeth in de directe vrouwelijke lijn terug blijft komen, eerst als de voornaam van de dochter van Bernard Lugda en zijn vrouw. Zij trouwde in 1653 in Noordlaren met mr. Johannes Clement. Ten tweede omdat Paul in of bij Groningen dienst deed. Zijn Elizabeth van Haeften overleed in 1614 en Paul hertrouwde in Groningen met Dorothea de Mepsche. Na het overlijden van Paul in 1630 hertrouwde Dorothea de Mepsche in 1638 in Groningen met kapitein Harmen Ovingh.

In ieder geval zijn de Lugda's gelieerd aan Van Haeften uit Wilgersdorf bij Siegen, van de Opper-Gelderse tak van de Van Haeften familie (zie Wikipedia), die gelieerd zou zijn aan het Franse huis Châtillon (sur Marne). 

Het echtpaar Lugda-van Hornum genaamd Schram kocht in 1635, van een zekere Anthonie Potter, een woning aan de oostzijde van de Lamme Huingestraat, nu de Akerkstraat, in Groningen. Het echtpaar was van ca. 1626-1660 ook eigenaar en verpachter van de hofstede (‘plaats’) van het ‘stadsgoed’ in Noordlaren dat toen ‘Lugda-plaats’ werd genoemd. Deze hofstede met gracht en singel eromheen lag noordoostelijk van het huidige ‘Meerlust’, Koningsteeg 3, Noordlaren. 

2. Lugda-NN. / Hartgers. Johan Wilhelm Lugda, die rond 1672-1675 in de compagnie van Frans Wilhelm Ripperda diende, was eerst getrouwd met Catharina NN. Als Vrouwe Catharina Lugda ( en rooms-katholiek) overleed zij op 23-09-1682 in Groningen. Een van hun kinderen was Maria Catrina Elisabeth Lugda. Hun zoons Bernard, Hendrik en Willem waren ook militairen. Johan Wilhelm Lugda trouwde daarna met Agneta Hartgers (of Van Hargers). Zij trouwden twee keer, eerst rooms-katholiek in Korschenbroich en later protestants in (03-01-1692) in Kolham/Groningen. 

3. Vriemoed-Lugda. Jacobus Vrijmoedt of Vriemoet, die zelf zijn naam als Vriemoed schreef, werd op 01-07-1687 in Groningen geboren. Zijn ouders waren Lubbert Peters Vrijmoedt uit Roden en Abeltje Jacobs (Reneman) uit Groningen, getrouwd op 11-01-1677. Lubbert Peters Vrijmoedt, kuiper van beroep, was eerder getrouwd met Grietjen Jans en overleed in 1692. Zijn vader was vermoedelijk de Leeuwarder soldaat Peter Freymuet / Vrijmoet, die op 04-11-1637 in Groningen trouwde met de weduwe Trine Jacobs.

Jacobus Vriemoed trouwde op 05-12-1713 met Geesien Jurriens, weduwe van Jacob Assuerus, met wie ze op 25-03-1697 was getrouwd. Geesje Jurriens overleed en Jacobus Vriemoed hertrouwde op 09-11-1719 in Groningen met de weduwe Maria Catrina Elisabeth Lugda, die in 1706 was getrouwd met Bernardus Bonifacius van Dam, met wie ze twee dochters had.

Een bijzonderheid is dat Maria Lugda door een lijfrentebrief van haar grootmoeder levenslang recht had op een uitkering van 100 carolusguldens per jaar. Haar behuizing op eigen grond aan de noordkant van de Ossenmarkt in Groningen was 600 carolusguldens waard.

Het enig overlevende kind van het echtpaar Vrijmoed-Lugda was Johan Lodewijk Vriemoet, geb. Groningen 28-12-1725.  Maria Lugda overleed in 1728.


Vijf jaar later, op 15-01-1733, sloot Jacobus Vriemoed zijn derde huwelijk, met Geertje Jans van Emmelencamp. 

4. Vriemoet-Vossema. Johan Lodewijk Vriemoet, geb. Groningen 28-12-1725, trouwde op 04-11-1756 met Elizabeth Vossema, geb. Groningen 10-02-1729, dochter van Johannes Vossema en Annegien Jans. Het enig overlevende kind van het echtpaar Vriemoet-Vossema was Jacobus Lubbers Vriemoet of Vrijmoedt, geb. Groningen 06-04-1760. Johan Lodewijk Vriemoet overleed op 07-05-1763. Elizabeth hertrouwde op 08-04-1765 met Jannes Vos. Zij overleed in Groningen op 15-02-1791.

5. Vriemoet- Steenbergen.  Jacobus Lubbers Vriemoet trouwde op 22-05-1788 met Neeltje Steenbergen, geboren in Groningen op 26-03-1761. Haar ouders waren Ede Egberts (Steenbergen) en Marijke Daniels. Jacobus Lubbers Vriemoet overleed in Groningen op 12-05-1804. Neeltje Steenbergen overleed op 31-10-1826. Het echtpaar Vriemoet-Steenbergen kreeg 7 kinderen.

5.1. Elisabeth Vriemoet, gedoopt 15-03-1789;

5.2. Johan Lodewijk Vriemoet, 15-08-1790/19-11-1846, trouwde met Wilmina Telgens;

5.3. Ede Egberts Steenbergen Vriemoet, 15-12-1793/20-01-1872, trouwde met Albertje van Dijk, 1800/29-01-1865; hun nazaten dragen de familienaam Vriemoedt.

5.4. Elisabeth Vossema Vriemoet, 15-11-1795/27-08-1827 (trouwde met Johan Christiaan Diedrich, ook Diederik of Diderik);

5.5. Karel Vriemoet , geboren op 05-07-1798, zie hierna;

5.6. Jannes Hindriks Vossema Vriemoet, 29-03-1801/31-01-1835;

5.7. Jacoba Lubberdina Vriemoet, 07-10-1804/18-05-1842 (trouwde met Roelof Geerts Kunst).

6. Vriemoet-Engelsman. Karel Vriemoet (zie hiervoor 5.5.) trouwde op 03-11-1842 in Groningen met Geesjen Ottes Engelsman, geb. Veendam 16-01-1815. Hun enig kind Neeltje Vriemoet werd op 09-05-1844 in Groningen geboren.

De ouders van Geesjen Engelsman waren de schipper en stuurman Otto Remmelts Engelsman(Veendam 1782-op zee 1851) en Geessien Hindriks van der Veen (Veendam 1790-Veendam 1866). (Otto Engelsman, toen wonend in Oude Pekela, overleed op 23-11-1851 ‘aan een beroerte’ aan boord van het kofschip “Vrouw Margaretha” van Harm H. Nieboer uit Oude Pekela, dat met een lading vlas van Rostock op weg was naar België. Op genoemde datum - de winter was vroeg ingevallen, er was een zware ijsgang en een hevige noordwesterstorm - liep het schip Cuxhaven binnen, ‘met verlies van anker en ketting’. Engelsman werd begraven in Cuxhaven-Döse).

Karel Vriemoet overleed op zondag 12-09-1847 in Groningen. Zijn lijk werd zondagsmiddags gevonden in de Steentilpoortergracht en zijn vrouw Geesjen Engelsman, ‘die in hoogst zwangeren staat verkeerde en bedenkelijk ziek was’, overleed op maandag 13-09-1847 om half zeven. 

Hun dochtertje Neeltje was dus ruim 3 jaar toen ze wees werd. Zij werd door haar oom, de onderwijzer Ede Egberts Steenbergen Vriemoedt (zie hiervoor 5.3.) op 12-05-1851 ingebracht in het Roode of Burgerweeshuis in Groningen. Daar ging zij uit op 01-05-1866. Ze verhuisde toen van Groningen naar Veendam.

Neeltje Vriemoet

7. Kuiper-VriemoetOp 12-03-1868 trouwde Neeltje Vriemoet in Veendam met Geert Kuiper, geb. Veendam 20-05-1842, ovl. Veendam 08-06-1883. Haar oom, de zeekapitein Hindrik Ottes Engelsman was haar getuige. Geert Kuiper was koopman, commissionair, landbouwer, voerman. Neeltje Vriemoet overleed op 21-09-1912 in Veendam.

Het echtpaar kreeg 5 kinderen, te weten: Jan, Carel, Luppina, Johanna en Hendrik.


8.1. Jan Kuiper (18-11-1868/30-01-1952). Hij trouwde met Ensien Meijer (1866-1931).

Kinderen: Neeltje Kuiper (1892) x Egbert Wind; Koeno Gradus Kuiper (1896) x (1e) Antje Hensema; x (2e) ?; Geert Johannes Kuiper (1905) x Grietje Boven. 

 

8.2. Carel Frederik Kuiper (16-07-1871/05-06-1931). Hij trouwde met Lammechien Kluin (1870-1939).

Kind: Neeltje Johanna Kuiper (1901) x Willem Frederik Brandt.


8.3. Luppina Johanna Kuiper (31-05-1873/13-03-1958). Zij trouwde met Anne Hazekamp (1867-1961).

Kinderen: Roelf Hazekamp (1900) x Alina Dolfin; Geert Johannes Hazekamp (1902) x Maria Martin; Anna Pieterdina Hazekamp (1904) x Eeuwke Ede Bazuin; Jan Hazekamp (1906) x Antje Anna Helena Jansen; Neeltje Luppina Hazekamp (1910) x Hendrik Jansen.


8.4. Johanna Gezina Kuiper (09-07-1875/12-02-1943). Zij trouwde met Caspar Henricus Hovingh (1875-1957).

Kinderen: Jacob Hovingh (1905) x Grietje Jager; Neeltje Johanna Hovingh (1907) x Jan Mathijs Blaauw; Geert Jan Hovingh (1909) x Trijntje Maike Klein. 

 

8.5. Hendrik Johan Kuiper (19-01-1880/02-05-1958). Hij trouwde met Elizabeth Elsiena Prummel (1883-1911).

Kind: Geert Jan Kuiper (1909) x Annie Schreuder. Hendrik Kuiper hertrouwde met Hester Maartje Westmijze. 

 



Familiewapen Van Hornum (of Horrem) genaamd Schram 

Schuinbalk van linksboven naar rechtsonder in keel (rood), op schild in zilver (wit). Men zegt: hoe eenvoudiger een wapenschild, des te ouder. Kneschke (1867) schrijft over Schramm genannt Horrem, Horrem genannt SchrammAltes, rheinländisches Adelsgeschlecht aus dem Stammhause Horheim, dem heutigen Horrem b. Hemmersbach unweit Bergheim im Cölnischen. Dasselbe sass noch 1563 zu Horrem und ist dann erloschen. Daarnaast in kleur hetzelfde wapen met helmteken (cimier), beschreven als: une tête et col de chien braque, aux armes de l’écu (Kop en hals van een jachthond, met wapenschild)

 

 

 

In zijn Oorsprongk, begin, en vervolgh der Nederlandsche oorlogen, beroerten en borgerlyke oneenigheden’ (1621), 19e boek, blz. 498, bij het jaar 1584, noemt de bekende geschiedschrijver Pieter Christiaensz Bor (1559-1635): Willem van Hornem toe genaemt Schram (zie de tekst hieronder, regel 6 en 5 van onderen). Deze Willem was in 1581 getrouwd met Loeff van Eyll. Bor baseerde zich op het Journaal van Splinter Helmich. Voor deze tekst zie: Journaal van Splinter Helmich, soldaat en later hopman in dienst van denlande, van 1572 tot 1589 / medegedeeld door R. Fruin, in: Kroniek van het Historisch Genootschap te Utrecht 31 (1875) 159-281